MENU
Bonom, l’artiste qui n’a pas peur du vide

Bonom, de kunstenaar die niet bang is van de...

Brussel over 10 jaar dromen

Brussel over 10 jaar dromen

Corto Citroen

09/03/2016 Comments (0) Cultuur

Brussel: waar is de kunst

Het project voor de nieuwe bestemming van de Citroën Garage, in de buurt van Yser, heeft het debat over de plaats van kunst in Brussel nieuw leven ingeblazen. Wat moeten bezoekers en andere nieuwsgierigen ervan denken dat er geen museum voor hedendaagse kunst van internationale allure is terug te vinden in de hoofdstad van Europa? “Rij maar door, er is toch niks te zien?” Allesbehalve. Volg de gids.

Zou hedendaagse kunst de grote onbeminde zijn van de hoofdstad van Europa? New York heeft zijn MoMA, Londen zijn MOCA, Parijs zijn Centre Pompidou, Balbao zijn Guggenheim. Voorbeelden in overvloed dus. Elders in België heeft Gent het S.M.A.K., Charleroi het BPS 22, Bergen heeft het MACs en Antwerpen het MuKHA. Maar hoe zit het met Brussel? De situatie is duidelijk: de hoofdstad van het Koninkrijk heeft geen echt museum voor hedendaagse kunst meer. Sinds 2011 en de opening van het Fin-de-Siècle Museum is de eigentijdse collectie van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten maar een triest lot beschoren: ze staat opgeslagen in de kelder van het gebouw.  

“Dit is een ongelukkige situatie voor een stad als Brussel”, betreurt Jacinthe Gigou, directrice van Arkadia, een vzw die het architecturale erfgoed en de hedendaagse kunst in Brussel in de kijker wil zetten aan de hand van rondleidingen, conferenties, educatieve workshops, enz. “Gelukkig bestaan er heel wat andere plaatsen waar men kan genieten van hedendaagse kunst. Maar vaak gaat het om commerciële of privé-initiatieven.” De paradox is dat Brussel internationaal eerder kan bogen op een stevige reputatie op het vlak van hedendaagse kunst. Het publiek is vermaard als een fijne kenner die erg benieuwd is naar nieuwigheden; galerijen schieten als paddenstoelen uit de grond omdat er grote ruimtes aan lage huurprijzen leeg staan, in vergelijking met Parijs of Londen. Veel kunstenaars van elders komen zich hier vestigen.

“Ik denk dat Brussel één van de steden is met het grootste aantal verzamelaars van hedendaagse kunst per vierkante meter”, aldus Thierry Lambot, oprichter van de verzamelaarsgroep Neos en adviseur voor beleggers die kunstwerken willen kopen. “En toch is het vrijwel onmogelijk om belangrijke hedendaagse kunstwerken te bewonderen in onze musea. In Frankrijk staan de musea vol met moderne meesterwerken. Bij ons zien we net het tegenovergestelde: als een bezoeker uit het buitenland me vraagt waar hij hedendaagse kunst kan bezichtigen, moet ik hem doorverwijzen naar privécollecties.”

Blijft België steken in nostalgie?

Thierry Lambot, grondlegger van het collectief voor hedendaagse kunst Neos. © DR

Thierry Lambot, grondlegger van het collectief voor hedendaagse kunst Neos. © DR

Thierry Lambot, fondateur du collectif d’art contemporain Neos. © DRHoe is deze situatie te verklaren? Geld blijft natuurlijk de zenuw van de oorlog en de overheidsfinanciën zijn momenteel niet bijzonder rooskleurig voor grote culturele projecten. Maar hoe komt het dat dingen die buiten onze grenzen wel kunnen bij ons geen weerklank vinden? Volgens Thierry Lambot komt dit omdat onze cultuur te veel terugblikt naar het verleden. “Ons land telt heel wat musea. “Maar die zetten meestal het bestaande erfgoed in de kijker, met een visie die naar het verleden gericht is. We hebben geen groot aankoopbeleid voor musea dat open staat voor nieuwe ontdekkingen en risico’s. Op het vlak van hedendaagse kunst is het allemaal zo klaar als een klontje: je moet opkomende kunstenaars of kunstenaars in de maak kopen, voordat ze onbetaalbaar worden. Niemand vraagt onze musea om miljoenen uit te geven om een Warhol aan te kopen. Maar als we vroeger zo slim waren geweest om enkele duizenden dollar te investeren in veelbelovende kunstenaars, dan konden we nu popart tentoonstellen in onze musea. De situatie van vandaag is duidelijk: er is geen popart terug te vinden in de Belgische musea.”

Jacinthe Gigou, Directrice van Arkadia © Morgane Delfosse

Jacinthe Gigou, Directrice van Arkadia © Morgane Delfosse

In het licht van deze situatie is het project voor de nieuwe bestemming van de Citroën Garage in Yser in Brussel om er een museum voor hedendaagse kunst van te maken dan ook erg zinvol. Afgezien van de botsende politieke visies rond het dossier zou dit museum de verdienste hebben dat het Brussel terug op de wereldkaart voor hedendaagse kunst zet. “Dit is een project dat de Brusselaars aanspreekt, gelegen in het hart van een wijk in volle ontwikkeling”, aldus nog Jacinthe Gigou. “Het is goed denkbaar dat zo’n project de wijk een nieuwe impuls zou geven, net zoals we hebben gezien met WIELS.” En toch, hoe nuttig dit project ook mag zijn, het kan het gebrek aan ambitie van Brussel op dit vlak niet zomaar van tafel vegen: “Het ontbreekt hier aan een sterk architecturaal gebaar”, vervolgt Jacinthe Gigou onmiddellijk. “We zitten met een project voor een nieuwe bestemming van een voormalig industrieel gebouw, want Brussel is nog altijd drager van dit erfgoed. Dit is belangrijk voor onze identiteitserfenis, maar naar mijn gevoel ontbreekt er in Brussel nog altijd een groot project voor een innovatief bouwwerk, met culturele roeping, dat erg zou opvallen.”

Overmatig aanbod

Moeten we Brussel dan ontvluchten om hedendaagse kunst te zien? Zeker niet! De afwezigheid van een emblematisch museum wordt gecompenseerd door tal van initiatieven van soms meer bescheiden omvang, die bedoeld zijn om hedendaagse kunst te ontdekken in Brussel. Één ervan is het centrum voor hedendaagse kunst WIELS in Vorst, dat dienst doet als onmisbare tussenstop, met een internationaal programma van het hoogste kaliber op een typisch Brusselse plek: Een voormalige… brouwerij! Brussel heeft bovendien een onuitputtelijk aanbod van kunstgaleries, en er ontstaan ook voortdurend nieuwe ruimtes. Sommige kunstenaars en verzamelaars in de hoofdstad schrikken er soms niet voor terug om hun deuren te openen voor nieuwsgierigen. Rondleidingen in ateliers of privécollecties kennen trouwens ook veel succes.

Brussel vormt dus op een zeer vruchtbare voedingsbodem voor hedendaagse kunst. Het enige wat ontbreekt is een prachtige plek die voldoet aan de verwachtingen van het publiek. Maar dat is ongetwijfeld maar een kwestie van tijd…

Een economische springplank?

Volgens schattingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wist het museumproject in de Citroën Garage 500 000 bezoekers per jaar aan te trekken. Het belang van een groot museum voor hedendaagse kunst is niet van culturele of toeristische aard. Het heeft ook een economische waarde. Zo zou het voorbeeld van het Centre Pompidou-Metz, geopend in 2010, op zich al het bewijs moeten zijn dat ambitieuze culturele projecten wel degelijk hun nut hebben. Sinds 2012 publiceerde het onafhankelijke bureau Quali Test een eerste studie over de economische gevolgen van dit project. Voor een totaal openbare investering van 250 miljoen kon de stad Metz rekenen op een investeringsrendement van ongeveer 70 miljoen in het eerste jaar. Bovendien zag de stad de privé-investeringen stijgen, meer bepaald in de sector voor stedelijke uitrustingen, die de stad in een nieuw kleedje hebben gestoken. Het fenomeen was ook al terug te vinden in de stad Bilbao na de inauguratie van zijn Guggenheim Museum in 1997. Voor een oorspronkelijke investering van 150 miljoen euro genereerde het museum meer dan 1,5 miljard euro aan economische voordelen en werden er 45 000 banen gecreëerd in de 10 jaar sinds de opening. En wat nog belangrijker is: de Baskische stad nam de gelegenheid te baat om zijn weg-, haven- en spoorweginfrastructuur te moderniseren en zijn economisch net grondig te hervormen door te mikken op kmo’s. Een berekening die op (zeer) lange termijn alleen maar winstgevend is…

Foto © Françoise Lecomte

Deel dit artikel:

Tags: , , ,

Geef een antwoord